|
Babys (0 tot 2 jaar):
- de baby is erg slap of voelt juist gespannen aan
- de baby overstrekt zich veel
- de baby is onrustig en huilt veel of is juist te rustig
- de baby wil niet op de buik liggen en er begint een achterstand te ontstaan in de ontwikkeling in buikligging
- er is sprake van een voorkeurshouding van het hoofdje al dan niet gepaard gaande met een afplatting van de schedel (plagiocephalie)
- er is sprake van een asymmetrie
- bijzondere voortbewegingsvormen zoals billenschuiven, wanneer dit een belemmering vormt voor de verdere ontwikkeling
- orthopedische problemen, zoals aangeboren klompvoetjes
- neurologische problemen ( hersenbeschadiging, Erbse parese, spina bifida)
- prematuriteit, dysmaturiteit
- aangeboren afwijkingen die de motoriek beïnvloeden ( bijv. syndroom van Down)
Voor de zuigeling is de motoriek het middel om zichzelf en de omgeving te leren kennen. De motoriek maakt in de eerste 2 levensjaren een enorme ontwikkeling door, van hulpeloze baby tot ondernemende peuter. Tijdig signaleren van motorische en/of zintuiglijke ontwikkelingsstoornissen is van groot belang.
De kinderfysiotherapeut kan helpen bij het diagnostiseren van de problemen. Vroege interventie kan van groot belang zijn voor de verdere ontwikkeling.
De behandeling van zuigelingen wordt in het algemeen aan huis gegeven, binnen de veilige omgeving van het kind. Centraal staan in de behandelingen hanterings- en houdingsadviezen. Ouderinstructie neemt dan ook een belangrijke plaats in. De adviezen kunnen direct in de eigen situatie worden toegepast.
Peuters ( 2-4 jaar):
Redenen voor kinderfysiotherapie op deze leeftijd kunnen zijn:
- Een vertraagde of afwijkende motorische ontwikkeling
- Meer dan gemiddeld struikelen of vallen
- Een afwijkend looppatroon
- Angstig zijn bij op- en afstappen of bij het klimmen en klauteren
- Neuromusculaire aandoeningen
In deze periode kan een achterstand in de( motorische) ontwikkeling duidelijker worden. Het kind kan moeite hebben met lopen, rennen, springen, klimmen en klauteren. Een afwijkende stand van de voeten, benen, veel struikelen of vallen en alleen maar op de tenen lopen kunnen reden zijn om advies te vragen bij een kinderfysiotherapeut.
Ook bij het jonge kind zijn uitleg en adviezen aan de ouders/ omgeving een belangrijk aspect van de behandeling.
Kinderen in de basisschoolleeftijd ( 4 tot 12 jaar):
Indicaties voor kinderfysiotherapie op deze leeftijd kunnen zijn:
- Houdingsafwijkingen
- Orthopedische afwijkingen, standsafwijkingen van de extremiteiten, status na fracturen
- (Sport) blessures, overbelastingsklachten
- Ademhalingsproblemen
- Rheumatische aandoeningen
- Neurologische problemen: cerebrale parese, spierziekten, hersenletsel t.g.v. een trauma of tumor, spieruitval als bijwerking van medicatie
- Mentale retardatie
- Problemen met de prikkelverwerking
- ADHD, PPD- NOS, DCD, syndroom van Asperger, waarbij problemen met de motoriek aanwezig zijn
- Motorische onrijpheid, motorische onhandigheid
Signalen voor een motorische onrijpheid kunnen zijn:
- Motorische mijlpalen laat bereiken, moeite hebben met het leren hinkelen, huppelen,fietsen of zwemmen
- Motorisch onhandig zijn, houterig bewegen
- Veelvuldig vallen
- Vaak dingen omstoten of laten vallen
- Niet stil kunnen zitten
- Problemen met het leren schrijven; een slechte schrijfmotoriek, problemen met het schrijftempo
In de schoolleeftijd is de motoriek een belangrijk onderdeel van het sociale gebeuren op school, met vriendjes en leeftijdsgenootjes. De omgeving heeft een belangrijke signalerende functie ( leerkracht, ouders).Het kan zijn dat het kind op het schoolplein en tijdens de gymnastiek niet goed mee kan doen met de bewegingsspelletjes. Het leren schrijven kan moeizaam verlopen. Het kind kan zich terugtrekken of faalangstig gedrag vertonen.
Jongeren ( 12 tot 18 jaar):
In de periode van de groeispurt en de puberteit vinden er veel lichamelijke veranderingen plaats. Houdingsafwijkingen komen in deze periode vaker voor. Hoofdpijnklachten, nek- en rugklachten kunnen voorkomen. Daarnaast kunnen er tijdens het sporten sneller relatieve overbelastingsklachten optreden ( knieklachten, enkelklachten).
|